Cultuurhistorisch landgebruik als een vorm van natuurlijke dynamiek?

Hoe de invloed van mensen te duiden in discussie over het natuurbeleid en -beheer over mate van natuurlijkheid die we daarbij zouden moeten nastreven? Is de mens ook deel van de natuur en zijn invloed dan te zien als ook een sturende factor zoals natuurlijke dynamiek dat is?

In het natuurbeleid staat het behoud van soorten voorop: de diversiteit aan soorten Cultuurhistorisch landgebruik als een vorm van natuurlijke dynamiek?behouden voor toekomstige generatie vanwege hun nut, esthetiek of omdat ze intrinsiek recht hebben op een plek op aarde. De ‘waarom’-discussie van het streven naar behoud van de biodiversiteit laat ik hier nu even voor wat hij is. Vertrekpunt in dit essay is dat internationale en nationale beleidsdoelstellingen eenduidig streven naar behoud van de diversiteit van soorten op aarde.

Waarom is die diversiteit er dan? Hoe komt dat? Wat zijn de drijvende factoren? Dat zijn relevante vragen als je die diversiteit wilt behouden. De achterliggende principes begrijpen, stelt je beter in staat om te beredeneren wat je wel en niet moet doen om dat behoud te bereiken. Kort gesteld is de biologische diversiteit het gevolg van de veranderlijkheid van tal van factoren in onze leefomgeving, de planeet aarde. Klimaatveranderingen met bijvoorbeeld ijstijden, erosie van bergen, grote branden, overstromingen etc. Deze zorgen er allemaal voor dat er op de aarde niet één homogene toestand is. Het is juist een grote afwisseling van toestanden en gradiënten van temperatuur, hydrologische omstandigheden in de bodem, voedselbeschikbaarheid en lengte van vorstvrije periodes, in ruimte en tijd. Deze variatie en diversiteit creëert tal van zogenaamde niches voor soorten die door de relatie die soorten met elkaar aangaan ook nog in die dimensie variatie toevoegt. In al die niches hebben zich gedreven door evolutie soorten ontwikkeld.

Een belangrijk drijvende factor voor diversiteit aan soorten is dus variatie in de leefomgeving, als alles homogeen zou zijn dan zouden er veel minder soorten zijn. Die variatie in de leefomgeving is vaak afhankelijk van dynamische processen zoals overstromingen, wind of brand. Zonder die dynamiek zou alles homogeen worden, alle ecosystemen zouden zich in successie naar een climax stadia bewegen, in Nederland zou dan voornamelijk bos resteren. De natuurlijke dynamiek zorgt dat de successie soms teruggezet wordt. Hier grijpt ook het natuurbeheer op aan, op het in stand houden van variatie in de leefomgeving door natuurlijke dynamiek (weer) mogelijk te maken. Vaak is die namelijk verdwenen, omdat we niet houden van overstromingen, stuivend zand of bosbranden. Met het verdwijnen van de natuurlijke dynamiek verdwijnt de variatie in leefomgeving en daarmee niches voor soorten en uiteindelijk de soorten zelf. Zie daar in een notendop de essentie en noodzaak van natuurbeheer.

Het weer herstellen van beeklopen zodat ze kunnen meanderen en overstromen is een voorbeeld van weer dynamiek toelaten die ook meteen resulteert in de terugkeer van tal van soorten die hun niche vinden op overstromende beekoevers. Het zelfde is te zien bij de natuurontwikkeling met nevenstormen in het rivierengebied. Van een andere orde is het introduceren van grazers in bijvoorbeeld de duinen. Dit is vooral om het gebrek aan natuurlijke dynamiek door kustbescherming (fixeren van de duinen) en een lage konijnenstand (door ziekte) te compenseren, met de grote grazers wordt de ontbrekende natuurlijke dynamiek, die normaal voor duinvernieuwing zorgt, gesimuleerd.

Nu komen we aan bij de invloed van de mens. Al honderden jaren beïnvloedt de mens het (Nederlandse) landschap, met name voor de landbouw. En ook dat kun je zien als een vorm van dynamiek, die nieuwe niches heeft gecreëerd waaraan soorten zich hebben aangepast. Denk aan hooilanden in de natte delen van Nederland waar door het maairegime de voedselrijkdom van de bodem beïnvloed is en successie naar bos voorkomen en daardoor zeer soortenrijke graslanden zijn ontstaan. Of denk aan de heide in Nederland, waarvan het areaal veel minder (alles zou bos zijn) en samenstelling geheel anders zou zijn zonder jarenlange beweiding met schapen. Nu herbergt het een heel stel voor heide unieke soorten die daar hun plek hebben kunnen vinden. Tal van deze oude vormen van landbouwkundig landgebruik hebben heel lange tijd vrijwel ongewijzigd plaatsgevonden en hebben zich in de loop der tijd over een heel groot deel van Nederland verspreid. Dit is een belangrijk gegeven omdat deze beide factoren er mede voor gezorgd hebben dat er nu zo veel soorten hun plek gevonden hebben.

Een groot deel van de biodiversiteit in Nederland is dus gebonden aan en bestaat bij gratie van menselijk landgebruik, cultuurhistorisch landgebruik om precies te zijn. Sinds begin vorige eeuw is dit oude landgebruik ongekend snel gaan veranderen richting het nu overal aanwezige intensieve landbouwgebruik. De soorten hebben zich hieraan niet aan kunnen passen, vanwege de snelheid van verandering of omdat dat gewoon niet mogelijk is voor ze.

Natuurbeheerders houden dat oude landgebruik nu in stand of simuleren het. Dat wordt niet altijd gewaardeerd, sommige vinden het tuinieren. Maar het is wel essentieel om de diversiteit aan soorten te houden, waar anders moeten ze heen willen we ze behouden? Ook het ingrijpen van de mens in landschap en milieu kun je dus als natuurlijke dynamiek zien, ook die zorgt voor het in standhouden van gradiënten waarmee de voorwaarden voor bestaan van bepaalde soorten wordt gecreëerd.

Net als het herstellen van dynamiek in de duinen is het in stand houden van heidebeheer of hooilandbeheer dus prima te legitimeren vanuit de doelstelling, waarmee we begonnen, dat je de diversiteit aan soorten wilt behouden. Te vaak wordt hier aan voorbij gegaan in de discussie over wat goede en slechte principes zijn in het natuurbeheer en -beleid en de mate van menselijke bemoeienis die je zou moeten toestaan. Dat lijkt een soms principiële kwestie maar naar mijn mening is die alleen te beantwoorden door een onderliggende principiële vraag te beantwoorden waar vaak aan voorbij wordt gegaan; willen we alle soorten behouden of niet? Zo ja, dan dus ook die soorten die gedragen worden door cultuurhistorisch landgebruik. De invloed van de mens op het landschap en natuurlijke processen is dan ook gewoon een natuurlijke dynamiek die we, naast de andere dynamische processen als sturend principe,  een volwaardige plek in het natuurbeheer en -beleid moeten blijven geven. Wildernis naast cultuurlandschap, dat lijkt ook heel logisch sinds de mens toch ook gewoon onderdeel van de natuur is?

 

Bas Roels, 11-07-2012

 

natuurbehoud, behoud, natuurbeheer, natuurlijke, dynamiek, processen, wildernis, cultuurlandschap, cultuurhistorisch, cultuur, natuur, mens, landgebruik, landbouwkundig, biodiversiteit, soorten